Nieuws uit Zevenaar en omstreken

Posts tagged ‘hg & eb institute’

Niet Wubbo Ockels maar Henry George zag als eerste licht

Lees het artikel van Paul van der Steen. Pas vanavond ontdekt in Trouw van 23 mei j.l. 

 

Na een ruimtereis heb je het licht gezien

“Wij zijn allemaal astronauten op het ruimteschip aarde”, hield de deze week overleden Wubbo Ockels ons voor. Die gedachte is veel ouder en vindt veel steun bij collega-ruimtevaarders die vanuit de ruimte een blik op de planeet mochten werpen.

De eerste vergelijking van de aarde met een ruimteschip dateert van ver voordat de mens ook werkelijk de dampkring verliet. Waarschijnlijk had de Amerikaanse econoom Henry George de primeur in zijn standaardwerk ‘Vooruitgang en armoede’. Een onderzoek naar de oorzaken van economische depressies en het toenemen van armoede met het toenemen van rijkdom uit 1879. Als een Thomas Piketty van zijn tijd was hij gefascineerd door de groeiende kloof tussen de schatrijke enkelingen en de straatarme massa. Volgens George leek de aarde op een goed voorzien schip dat door de ruimte zeilde. Als het brood en vlees bovendeks schaars werden, ging altijd wel weer een luik open waarachter nieuwe een voorraad schuilging. Erg veel macht ging dan naar degenen die zich het recht toe-eigenden om te zeggen dat al dat eetbaars van hen was.

In de jaren zestig van de twintigste eeuw, het decennium van de race naar de maan, sprak de metafoor van Henry George meer dan ooit tot de verbeelding. Adlai Stevenson, de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, waarschuwde in een rede vijf dagen voor zijn onverwachte dood, bij alle vooruitgangsdenken ook voor overmoed: “Wij reizen samen als passagiers in een klein ruimteschip, afhankelijk van haar kwetsbare voorraden lucht en aarde; voor onze zekerheid gebonden aan haar veiligheid en vrede, slechts behoed voor uitsterven door de zorg, het werk en de liefde die we ons kwetsbare vaartuig schenken. Een oud en gammel ruimteschip met een beperkte hoeveelheid brandstof: het optimisme en de expansiedrift van de negentiende eeuw maken geleidelijk plaats voor het besef van kwetsbaarheid en eenzaamheid van onze kleine planeet.” Steeds meer politici en denkers zinspeelden op de kwetsbaarheid van de aarde.

Wat nog ontbrak, was het totaalplaatje. De eersten die dat zagen, waren James Lovell, Bill Anders en Frank Borman, bemanningsleden van de Apollo 8. Als eerste missie werden ze in een baan om de maan gebracht. Op Kerstavond 1968 zagen ze daar de aarde boven de horizon van dat hemellichaam opkomen. Jarenlange trainingen hadden hen op alles voorbereid: ontberingen, onverwachte omstandigheden, zelfs een mogelijke dood. Alleen met de verpletterende indruk van dit plaatje had eigenlijk niemand rekening gehouden. Volgens Borman, commandant van de vlucht, bleef van ze afstand niets over van nationalistische belangen, oorlogen en andere aardse ellende. De drie zagen slechts een wereld, nietig maar tegelijk ook de enige bron van kleur in een verder in zwart en wit uitgevoerd heelal.

Lovell, Anders en Borman vormden geen uitzondering. Vrijwel alle ruimtevaarders na hen zouden begeesterd vertellen over hun blik op de aarde. Voor sommigen was het een bijna religieuze ervaring of, zoals bij Ockels, een aanzet tot een gedreven missie.

Iets van de sensatie van het zicht op de aarde vanuit de ruimte drong door tot de wereld, toen de Nasa eind 1972 een foto van de planeet verspreidde die bekend zou worden onder de naam “blue marble” (blauw marmer). De opname was gemaakt door de bemanning van de Apollo 17 op zo’n 45.000 kilometer afstand van de planeet. Het was de perfecte illustratie bij het in datzelfde jaar verschenen, alarmerende rapport ‘De grenzen aan de groei’ van de Club van Rome.

In 1975 hield het Amerikaanse Congres hoorzittingen over de toekomst van het ruimteprogramma van de Nasa. Daar bleef het niet bij vooruitzien. Het was ook een geschikt moment om terug te blikken naar dat wat allemaal bereikt was. Volgens de schrijver Norman Cousins, die tijdens de hoorzittingen aan het woord kwam, noemde bijna iedereen het voet zetten op de maan als belangrijkste resultaat. Maar wie nuchter keek, vond hij, zag dat de aan de mensheid geboden gelegenheid om een blik te werpen op de eigen planeet van veel meer gewicht was.