Nieuws uit Zevenaar en omstreken

Archief voor april, 2012

Partij voor de dieren tijdens debat #akkoord

 

 

Bijdrage Ouwehand Debat situatie gevallen kabinet Rutte

24-04-2012

Bekijk hier het debat op debatgemist.nl.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik feliciteer de SGP met haar 94-jarig bestaan. Misschien mogen op de 95ste verjaardag vrouwen ook meedoen. Van harte!
Nederland heeft het lang zonder liberale premiers moeten stellen. De laatste was Pieter Cort van der Linden en de voorlaatste Nicolaas Pierson. Zowel Cort van der Linden als Pierson stond bekend om zijn sociale standpunten. Het kabinet-Pierson, waar zij beiden deel van uitmaakten, ging de geschiedenis in als het kabinet van de sociale rechtvaardigheid. Een eeuw later mocht opnieuw een liberaal het proberen, nadat christendemocraten en sociaaldemocraten het land afwisselend hadden geleid.

 

Wij zouden opnieuw een sociaalliberale minister-president krijgen van groenrechtse snit, zoals hij zelf in 2008 al aankondigde. Hoe anders is het gelopen! In plaats van een groen kabinet, zagen wij dat de bulldozer door Nederland ging, die alles van waarde platwalste voor de uitvoering van schimmige hobby’s ter rechterzijde. Het single-issue-denken heeft Nederland geregeerd, met de blik op nikkel. Alles van waarde was weerloos, of het nu onze natuur betrof, de fysieke en geestelijke gezondheid van mensen, het recht op passend onderwijs voor ieder kind, of de fundamenten van een democratische rechtsstaat waarin iedereen toegang heeft tot de rechter. Overal kon kleingeld van worden gemaakt. Het was één groot feest van de vrije markt — na ons de zondvloed — met maar één restrictie: die zondvloed mocht dan weer niet plaatsvinden in de Hedwigepolder.
Verder zag dit kabinet geen enkel probleem in het kapotmaken van alles wat van waarde is, op kosten van de belastingbetaler. “De economie kan wel wat VVD gebruiken” was de verkiezingsbelofte. Wij hebben het gezien: de economie heeft er zelden zo dramatisch voor gestaan. De ecologie, ons kritisch natuurlijk kapitaal, krijgt de ene aanslag na de andere te verduren. Verder dan persoonlijke ambities lijkt het kabinet nooit gekomen. Geen van de plannetjes voor de achterban leek uitvoerbaar. Het is het kabinet wel gelukt om zich te vervreemden van een zeer groot deel van de burgers in ons land. Mensen zijn rücksichtslos aan de kant gezet. Het recht van de sterkste gold als credo en het belang van de zwakkere werd niet gezien of niet meegewogen. Het kabinet zocht ruzie met de samenleving en kreeg die ook, uiteindelijk ook met de gedoogpartner. Het is een geluk voor ons land dat deze destructieve krachten mot hebben gekregen, maar zij hebben het hele land ontredderd achtergelaten, met een deplorabele positie van de schatkist en zonder uitzicht op betere tijden. Hier staan wij dus, met stoffer en blik, om de rotzooi van Rutte op te ruimen.
Er zullen nieuwe verkiezingen moeten komen; zo veel is duidelijk. De Partij voor de Dieren is blij dat ook anderen zich inmiddels hebben aangesloten bij het bezwaar dat het voor nieuwe partijen onmogelijk of in ieder geval niet reëel zou zijn om mee te doen aan de verkiezingen als wij deze voor de zomer zouden houden. De Partij voor de Dieren vraagt het kabinet dan ook om verkiezingen uit te schrijven in september en toe te zien op een ordentelijk en democratisch verloop ervan.
In de tussentijd zijn er belangrijke klussen te klaren. Er moet een antwoord komen op de financiële malaise waarin ons land terechtgekomen is. Dat antwoord moet niet het oog van de papieren boekhouder als leidend beginsel hebben, maar een visie die ons wegvoert van de rand van de afgrond. Het kabinet moet op zoek naar breed draagvlak in de Kamer voor een pakket dat onze toekomst kan veiligstellen. Het pakket moet niet alleen gericht zijn op knaken op de korte termijn, maar gericht zijn op de leefbaarheid van de aarde op lange termijn. Geen groei met een groen randje, zoals sommigen bepleiten, maar een radicale omslag naar groen beleid dat de reproductiecapaciteit van de aarde respecteert.
Het is een illusie om te denken dat wij op korte termijn een nieuw kabinet kunnen formeren dat gebaseerd is op goede democratische verkiezingen en de uitslag daarvan. Formaties zijn nu eenmaal niet in twee weken beklonken. Op de een of andere manier moeten wij dus door met een kabinet dat in nauw overleg met de Kamer de noodzakelijke maatregelen doorvoert. Dat vraagt om twee dingen. De Partij voor de Dieren vraagt ten eerste om het wisselen van de poppetjes. Een kabinet dat zoveel herrie met de Kamer en de samenleving heeft geschopt, kan niet op constructieve wijze werken aan breed draagvlak dat wel degelijk nodig is. Daarmee komen wij ten tweede op het uitgangspunt dat de koers groen moet zijn. Er moet een groen tussenkabinet komen, een groen zakenkabinet met mensen zoals Pieter Winsemius, Henriëtte Prast, Herman Wijffels en Saskia Stuiveling. Dat kan, want de miljarden liggen voor het oprapen. Wij willen stoppen met de “asfaltisering” van Nederland en dure wensprojecten als de JSF of de organisatie van de Olympische Spelen. Wij willen de groeiende druk op de gezondheidszorg stoppen door te investeren in de gezonde leefomgeving. De natuur is de goedkoopste, want het is de natuurlijke bestrijder van obesitas, ADHD en tal van andere klachten.
Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving kunnen wij 5 mld. tot 10 mld. structureel bezuinigen als wij stoppen met milieubelastende subsidies. Ik roep de VVD en de minister-president daartoe op. Als wij niet stoppen met het vernietigen van de aarde en niet bereid zijn om integraal te kijken naar de problemen waarmee onze generatie wordt geconfronteerd, hebben wij de financiën straks misschien wel boekhoudkundig op orde gebracht, maar is de rekening van een leeggeroofde aarde op het bord van onze kinderen neergelegd. Ik vraag de demissionair premier om zijn groene agenda uit de kast halen. Dan kan hij praten met de Partij voor de Dieren.

[…]

De heer Pechtold (D66): Kortom, werken aan de begroting voor 2013. Zo geven wij iedereen het signaal dat de politiek niet op haar handen zit, aan de mensen in het land, aan de Europese bondgenoten en aan de financiële markt. Wat mij betreft komen er daarna snel verkiezingen, op weg naar een hervormingskabinet, op weg naar een kabinet van vooruitgang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben net als de heer Pechtold blij dat het erop lijkt dat de verkiezingen toch na de zomer zullen plaatsvinden. Ik constateer met hem dat er in de tussentijd klussen geklaard moeten worden. Ik vraag mij wel het volgende af. De bewindspersonen van dit kabinet hebben het voor elkaar gekregen om de samenleving zo tegen zich in het harnas te jagen dat de PvdD denkt dat het met de poppetjes die er nu zitten, heel moeilijk gaat worden om op zoek te gaan naar een breed draagvlak voor maatregelen die nodig zijn. Voelt D66 er net als de PvdD voor om het tussenkabinet, dat die klus moet gaan klaren, in elk geval van kleur te laten verschieten en op een paar posities andere mensen neer te zetten?

De heer Pechtold (D66):
Ik zit er niet op te wachten dat wij voor die korte klus voor deze en gene wachtgeldverplichtingen op ons nemen. Er is een aantal ministers en staatssecretarissen van wie ik denk — minister Leers of staatssecretaris Bleker — dat ze niet veel meer omhanden zullen hebben. Mevrouw Ouwehand praat over een tussenkabinet. Ik praat over een demissionair kabinet waarin de minister van Financiën, de minister van Economische Zaken in het kader van het Centraal Planbureau en de minister-president een belangrijke rol zullen moeten spelen. Of denk aan de minister van Buitenlandse Zaken: ik wil niet de hele wereld de rug toekeren, de komende vier maanden. Ik stel dan ook voor: een normale demissionaire periode, maar wel een actieve komende week.

Beantwoording door de demissionair minister-president:

Minister Rutte:
Dit kabinet en deze politieke samenwerking hebben de bereidheid gehad om zeer moeilijke maatregelen te nemen. De VVD heeft eerst onderhandeld met de partijen die Paars-plus hadden kunnen vormen. Wij kwamen toen niet verder dan 11 à 12 mld. Als de heer Pechtold en ik het samen hadden mogen doen, waren wij waarschijnlijk wel verder gekomen. Uiteindelijk stokte de teller echter op 11 à 12 mld. Dat vond ik onvoldoende. Daarnaast was er een aantal andere, uiteindelijk niet te overbruggen verschillen van inzicht tussen de partijen die daar aan tafel zaten. Het is serieus geprobeerd. Uit het feit dat er daarna bijna nooit is gelekt uit die gesprekken, blijkt hoe serieus deze waren en hoe serieus de partijen die hebben genomen. Daarna is het toch steeds gelukt om in de Kamer met deze partijen op onderdelen tot samenwerking te geraken, omdat wij elkaar serieus nemen.
Het is echter niet gelukt om een kabinet te vormen. Uiteindelijk is dat wel gelukt tussen CDA, VVV en PVV. Het was met die partijen wel mogelijk om de in mijn ogen noodzakelijke maatregelen te nemen voor het herstel van de overheidsfinanciën, investeringen in de economische groei en de hervormingen die noodzakelijk waren op bijvoorbeeld het terrein van sociale zekerheid, maar ook op terrein van migratie en veiligheid op zichzelf. Daar hebben wij hard aan gewerkt. Er ligt volgens mij een uitstekend regeer- en gedoogakkoord. Er ligt een uitstekend Catshuisakkoord, dat helemaal af was. Dat zorgde ervoor dat ook antwoord kon worden gegeven op de verslechterde ramingen van het Centraal Planbureau. Het is buitengewoon spijtig dat het zo is geëindigd.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het viel mij op dat de VVD-fractievoorzitter al een houding had van: het is maar goed dat de VVD die achttien maanden geregeerd heeft. Als gevolg van de keuzes van de VVD en onder verantwoordelijkheid van de minister-president van de VVD zitten wij nu financieel in grote problemen en hebben wij een politieke crisis. Nu hoor ik de minister-president hetzelfde doen. Een uitstekend regeer- en gedoogakkoord, zegt hij. Hij is nu afhankelijk van de Kamer om maatregelen te nemen. Misschien wil hij daar straks nog iets over zeggen. Deze Kamer steunt dat regeer- en gedoogakkoord niet. Misschien wil de Kamer wel dingen daarvan terugdraaien.

Minister Rutte:
Ik vind het een uitstekend regeer- en gedoogakkoord. Wij hebben allemaal de herinnering aan de periode tien jaar na de moord op Pim Fortuyn. Wij hebben met z’n allen lessen getrokken uit de jaren tachtig en negentig en de manier waarop in Nederland is omgegaan met kwesties zoals veiligheid en wat toen nog de multiculturele samenleving werd genoemd. Veel mensen die onvoldoende kans hadden op de arbeidsmarkt zijn naar Nederland geëmigreerd. In het regeer- en gedoogakkoord zijn wij erin geslaagd om een goede middenweg te vinden tussen de standpunten van PVV, CDA en VVD op die onderwerpen. Wij waren bezig om die plannen uit te voeren om ervoor te zorgen dat Nederland een fatsoenlijk asiel- en migratiebeleid voert, maar ook tegen mensen die bijvoorbeeld vanwege gezinshereniging hiernaartoe komen zegt: dat kan, maar dan willen wij zekerheid dat je hier ook een bestaan kunt opbouwen en niet rechtstreeks naar de bijstand gaat.
Er zijn daarnaast zo veel andere dingen die al heel lang in de traditie zitten van CDA en VVD, en misschien ook wel van de PVV. Misschien had de PVV nog wel meer gewild, maar zij heeft toch heel veel kunnen binnenhalen in het gedoog- en regeerakkoord. Ik vind dat dus een goed stuk. Het formuleert een antwoord op de financieel-economische problemen van Nederland en op de vraagstukken van meer culturele aard in de zin van het migratie- en veiligheidsbeleid. Wij waren heel ver. Alleen de cijfers van het Centraal Planbureau moesten nog verwerkt worden. Wij waren bijna klaar met het formuleren van een antwoord op de verder verslechterde overheidsfinanciën. Ik vind het buitengewoon spijtig dat er voor de PPV aanleiding is geweest om de samenwerking te beëindigen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Misschien dat andere partijen daar eerder toe bereid zijn, maar zo werkt het natuurlijk niet. Je kunt niet achttien maanden erdoor drukken wat je erdoor wilt drukken en als er dan problemen komen, met hangende pootjes naar de Kamer komen in de verwachting dat zij je wel even uit de brand helpt. Dat gaat toch niet? Er is wetgeving onder zware kritiek van de samenleving, de Raad van State en noem maar op erdoor gedrukt. Daar gaan wij natuurlijk wel wat van terugdraaien: de eigen bijdrage ggz, de verhoging van de griffierechten en de Wet werken naar vermogen. Ik zou graag zien dat de minister-president hier een iets bescheidener houding aanneemt.

Minister Rutte:
Ik ben het debat begonnen met te zeggen dat mij geen pretenties passen. Ik heb zojuist gezegd dat ik de verantwoordelijkheid neem voor de politieke crisis. Mevrouw Ouwehand vroeg mij wat ik vind van het gedoog- en regeerakkoord voor de samenwerking van drie partijen die afgelopen zaterdag is beëindigd. Dat verdedig ik, omdat ik dat goed vind. Ik vind dat het gedoog- en regeerakkoord een antwoord formuleert op de financieel-economische problemen, maar ook op de grote vraagstukken rond migratie en veiligheid. Ik vind dat het akkoord recht doet aan de partijpolitieke standpunten van de drie partijen die met elkaar samenwerkten. Dat mag ik vinden. Wij leven in een vrij land. Mevrouw Ouwehand heeft gelijk dat die politieke samenwerking is beëindigd en dat wij met een nieuwe situatie te maken hebben. Wij koersen aan op verkiezingen. In de tussentijd moeten wij proberen om in een goede samenwerking tussen minderheidskabinet en Kamer te komen tot een antwoord op de grote financieel-economische problemen die ons de komende maanden te wachten staan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het kan zijn dat de minister-president het bij aanvang van zijn kabinet een prachtig regeer- en gedoogakkoord vond, maar de situatie is wel veranderd. Deze Kamer heeft grote moeite gehad met een aantal van de maatregelen die door het kabinet van minister-president Rutte zijn doorgedrukt. Ik verwacht dat de minister-president daar rekening mee houdt, in elk geval in de aanloop naar het debat op donderdag, want een aantal van die maatregelen zullen we terugdraaien.

Minister Rutte:
Gegeven de politieke situatie, moet de Kamer proberen om een antwoord te formuleren op het verlies aan vertrouwen in de financiële markten. We moeten proberen om met elkaar een zo goed mogelijke voorbereiding van de begroting 2013 te realiseren. Die oproep heb ik in mijn openingsstatement gedaan. Ik proef in het debat bij partijen ook de bereidheid om dat te doen. De heer Slob en ik hebben net ietwat schurend langs elkaar een pad gevonden om daarbij het debat van donderdag zinvol te kunnen starten. We gaan het vanaf daar stap voor stap bekijken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het kan zijn dat de minister-president het bij aanvang van zijn kabinet een prachtig regeer- en gedoogakkoord vond, maar de situatie is wel veranderd. Deze Kamer heeft grote moeite gehad met een aantal van de maatregelen die door het kabinet van minister-president Rutte zijn doorgedrukt. Ik verwacht dat de minister-president daar rekening mee houdt, in elk geval in de aanloop naar het debat op donderdag, want een aantal van die maatregelen zullen we terugdraaien.

Minister Rutte:
Gegeven de politieke situatie, moet de Kamer proberen om een antwoord te formuleren op het verlies aan vertrouwen in de financiële markten. We moeten proberen om met elkaar een zo goed mogelijke voorbereiding van de begroting 2013 te realiseren. Die oproep heb ik in mijn openingsstatement gedaan. Ik proef in het debat bij partijen ook de bereidheid om dat te doen. De heer Slob en ik hebben net ietwat schurend langs elkaar een pad gevonden om daarbij het debat van donderdag zinvol te kunnen starten. We gaan het vanaf daar stap voor stap bekijken.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De PvdD is ook niet altijd even enthousiast over Europa, maar één moment uit de laatste achttien maanden heeft mij verbaasd. De PVV heeft voortdurend steun verleend aan de grootste belastingslurper die wij in Europa kennen, de landbouwsubsidies. Zij beslaan de helft van de Europese begroting, 50 mld. per jaar. De PVV heeft die steun met groot enthousiasme verleend. Mogen wij erop rekenen dat de PVV, nu de heer Wilders termen gebruikt als “wij moeten Europa gaan bestrijden”, ook de steun aan die enorme landbouwsubsidies intrekt?

De heer Wilders (PVV):
Als ik u was, zou ik daar maar niet al te veel op rekenen. Het gaat ons vooral om de steun die wij aan Europa geven en de steun die Europa en vooral wij aan de zojuist genoemde probleemlanden geven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan wil ik van de heer Wilders toch het volgende weten. Als hij denkt dat hij dit pakket niet kon uitleggen aan de AOW’ers, hoe legt hij dan aan Henk en Ingrid, die wel zullen worden gekort en de broekriem moeten aantrekken, uit dat met zijn steun per jaar bedragen van €70.000 handje, contantje, huppekee, in de zakken van de melkveehouders belanden en dat zij dat mogen opbrengen? Dat lijkt mij ook wat moeilijk uit te leggen.

De heer Wilders (PVV):
Wij willen minder geld aan Europa uitgeven, maar aan de melkveehouders had ik om eerlijk te zijn nog niet gedacht.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik was dan weer jarig tijdens de laatste verkiezingsnacht. Het is best leuk om jarig te zijn rond de verkiezingen.
Voorzitter. Ik heb de demissionaire premier gevraagd om zijn groene agenda uit de kast te trekken. Hij is daar niet op ingegaan, maar ik wil hem dat nog dringend op het hart drukken. De cijfers van de groene schuld die we opbouwen, staan nog veel ernstiger in het rood dan de financiën waar we nu al moeite mee hebben. Wie de kosten van onze onhoudbare leefwijze niet erkent of niet relevant vindt, heeft geen verstand van economie. Ik adviseer de premier dus om nog eens zijn oude schoolboek voor economie erbij te pakken. Het maakt niet uit welke dat is.
Je kunt ervan uitgaan dat in het eerste hoofdstuk op de eerste pagina wordt gesproken over de waarde van natuur voor de economie. Laat dat het startpunt zijn van het debat van donderdag. Als de premier daartoe niet bereid is, kan hij waarschijnlijk niet op de steun van de Partij voor de Dieren rekenen.

 

(meer…)

Geheimen van geld, rente en inflatie

Hoe zit het eigenlijk met geld? Geld wordt bijna niet meer gedrukt. Waar komt het vandaan. Wie kan geld “maken”? Rudo de Ruijter maakt er een dagtaak van over geld te denken en te schrijven.

Rudo de Ruijter,
Onafhankelijk onderzoeker,
Nederland

Geld speelt een grote rol in ons leven. Ook in de maatschappij wordt bijna alles door geld bepaald. Vreemd genoeg zijn er maar weinig mensen, die de goocheltrucs kennen, waarmee het geld ontstaat en weer verdwijnt. De meeste mensen zien wel, dat het geld telkens minder waard wordt en dat alles duurder wordt, maar weten niet, dat dit in eerste instantie door het geldsysteem zelf veroorzaakt wordt. Ook het eeuwige najagen van economische groei en de almaar oplopende werkdruk in geïndustrialiseerde landen worden door het geldsysteem bepaald. Geld kan ook dienen voor onderdrukking, bijvoorbeeld van Derde Wereldlanden, of aanleiding zijn voor oorlogen, zoals die tegen Irak. Wilt u een kleine rondgang achter de schermen? Welkom in het circus van de geld-goochelaars!

Inhoud:

  1. Geld maken
  2. Permanente inflatie
  3. Centrale banken hebben inflatie nodig
  4. Grillen van de geldmassa
  5. De oorlog tegen Irak
  6. Onderdrukking van Derde Wereld-landen
  7. Het wapen van China
  8. Inflatie en economische groei
  9. Verdere groei of duurzame maatschappij?

(meer…)

Handhaving op politieke agenda in Zevenaar

Geplaatst door Paul Freriks op april 21, 2012

Mede met dank aan het college en Henk Visser is het handhavingsbeleid op de politieke agenda gekomen. Het college omdat ze visueel onterechte besluiten had genomen ten aanzien van de containerproblematiek van de bioscoop en de dwangsom voor het cafe Bright-Side. Werd de Bright-Side motie van Sociaal Zevenaar aangenomen met alleen tegenstemmen van de dames van GL en D’66, ook de bioscoopmotie werd aangenomen. Dat werd de burgemeester even te veel en hij riep uit: “Ik wens u succes bij het handhavingsbeleid de komende jaren.” Mooi gesproken. Want inderdaad heeft de raad hiermee een behoorlijke verantwoordelijkheid op zich genomen. Henk Visser van het CDA verwoordde het smalle koord der verantwoordelijkheden van het college en de raad goed. En daarmee bereikte hij dat het handhavingsbeleid op de politieke agenda komt. In september zal het besproken worden en daarbij zijn natuurlijk alle “gedoogsituaties” interessant. Sommige collega’s hadden moeite met de openlijke uiting van de frustratie van de burgemeester. Zelf had ik er minder moeite mee. Ten eerste hield hij zich in de discussie mooi in en het is toch een uiting dat je nog steeds betrokken bent bij de zaak. Het enige wat te melden is dat hij even zijn politieke voelsprieten kwijt was en hij niet begreep een al bij voorbaat verloren slag te leveren. En sommige politici genieten daar dan helaas van omdat ze het graag op de persoon spelen. Ik vond het namens Sociaal Zevenaar mooi dat de raad op een gevoelig punt het heft in handen had genomen.

ESM, zeven fatale vergissingen

Met dank aan onderzoeker de Ruyter

Rudo de Ruijter
17 april 2012

Open brief aan de leden van de Tweede Kamer

Geacht Kamerlid,

Op 22 mei 2012 is de kans groot, dat de Tweede Kamer de democratie de doodsteek geeft, kennelijk zonder het zelf in de gaten te hebben. Daarom vraag ik u persoonlijk van deze brief kennis te willen nemen. Uit stellingnames, publikaties en emails van politici en politieke partijen blijkt, dat er over het ESM-verdrag veel misverstanden bestaan, die fatale gevolgen kunnen hebben.

Eerste vergissing: het ESM-verdrag is geen zaak voor alle Kamerleden.

Het ESM-verdrag [1] is een frontale aanval op de democratie. Het ESM eist de sleutel van de staatskas (art 8 en 10) en daarmee verliest het parlement zijn hoogste macht. Met de ratificatie van het ESM-verdrag stemt de Kamer ook in met het nog niet ondertekende “Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en governance” [2], dat in hoge mate de bestedingen binnen het resterende budget zal bepalen. Ook de vrijheid schulden aan te gaan wordt aan banden gelegd. Van de democratie blijft slechts een lege huls over. Daarom zou elk Kamerlid zich persoonlijk over het ESM uit moeten spreken en zich niet uit gewoonte neer moeten leggen bij wat anderen hem opdragen. (Grondwet, art 67.3)

(meer…)

Bezoek aan burgemeester van Duiven

Binnenkort ga ik een kop koffie drinken met burgemeester Henk Zomerdijk van Duiven.

update: heb dit bericht niet afgemaakt zie ik. maar het komt er nog van….

Danke fuer die bloeme

 

Sehr geehrte Damen und Herren, liebe Pro Rheintaler,


wir dürfen Ihnen allen ein schönes Osterfest wünschen und uns für Ihre Unterstützung, Mitgliedschaft und Spenden  bedanken.

Sie alle haben das Fluglärmurteil mitbekommen und viele Mails erreichen uns mit der Frage, ob das jetzt auch Auswirkungen für den Bahnlärmbereich hat? Ja und nein lautet die Antwort! Ja, weil das Gericht eindeutig den Anspruch auf nächtliche Ruhe und Erholung über wirtschaftliche Interessen gestellt hat. Wir werden das zu nutzen wissen und fügen zu Ihrer Information die anliegende Pressemeldung bei.

Nein, weil das Immissionsschutzgesetz für Bahnlärm keinen Anspruch auf Nachtruhe nennt. Das ist umso dramatischer, als dass wissenschaftlich längst nachgewiesen wurde, dass Bahnlärm das höchste Aufweckpotenzial hat und somit die Menschen mindestens so sehr belastet wie Fluglärm. Wir werden aber den Teufel tun und jetzt Bahnlärmopfer gegen Fluglärmopfer ausspielen, sondern wir kooperieren (auch zum “Tag gegen  Lärm”) mit den Fluglärminitiativen und werden in der Presse und in direkten Anschreiben die Verantwortlichen aus Politik und Wirtschaft auf die Folgen aufmerksam machen, auch auf die Folgen, die es für sie selbst haben kann, wenn sie weiter so einen Unsinn reden oder untätig verharren, anstatt für Lärmschutz zu sorgen. Dazu finden Sie im Anhang neben der Pressemeldung auch ein Schreiben an den Vorstandsvorsitzenden der Lufthansa AG, der das Leipziger Urteil als dramatisch für die deutsche Wirtschaft bezeichnete.

Ostern ist das Fest der Hoffnung auf ein Leben nach dem Tod! – Ihnen und uns allen wünschen wir darüber hinaus eine Hoffnung auf ein Leben vor dem Tod, was jetzt vielleicht lustiger klingt, als es gemeint ist. Wir werden jedenfalls nicht aufhören, dafür zu kämpfen, dass Menschen, die hart arbeiten, nachts auch schlafen können und Menschen, die das wunderschöne Rheintal besuchen, hier auch Freude und Genuss und nicht nur schrecklichen Bahnlärm erleben.

Ihr
Frank Gross

Gekruisigde werd held

Uit de Volkskrant van vandaag

OPINIE – Arjan Markus − 07/04/12, 09:00
© ANP. Interieur van de rooms-katholieke Sint Victorkerk in Obdam.

VK OPINIE De opvatting dat Jezus de Messias is en dat je in hem God tegenkomt, is voor Joodse mensen ondenkbaar. Dat zijn Joodse volgelingen toch dat vreemde geloof gingen aanhangen, kan worden verklaard uit de opstanding van Jezus. Dat schrijft godsdienstfilosoof Arjan Markus.

  •  

    Toch is er in de jaren dertig van de eerste eeuw iets met Jezus gebeurd

  •  

    Wetenschappelijk gezien is de opstanding van Jezus hoogst onwaarschijnlijk

Het blijft een vreemd verhaal: een Joodse man die in het jaar 33 aan een kruis sterft en die een paar dagen later weer levend is. Je kunt je afvragen wat je daar nu mee moet als weldenkend mens. Opvatten als fictie?

In dat geval gaat het wel om goed gedocumenteerde fictie. Dat weten weinig mensen. Er heerst een Dan Brown-achtig idee dat de kerk dit soort verhalen een aantal eeuwen na Jezus’ optreden op papier heeft gezet. Dat is echter niet waar. Het oudste schriftelijke bericht van Jezus’ opstanding wordt rond het jaar 55 gedateerd. Toen was ‘de kerk’ nog niet op het toneel verschenen. Er waren alleen in een aantal steden rond het Middellandse Zeegebied groepen volgelingen van Jezus ontstaan.

Dit eerste schriftelijke bericht over de opstanding is te vinden in een brief van Paulus, gericht aan zo’n groep volgelingen van Jezus in de Griekse havenstad Korinthe. De brief is uit het jaar 55, zo’n twintig jaar na de kruisiging van Jezus. Historisch gezien is dat erg dicht bij het vuur. De oorspronkelijke brief is er niet meer, maar de oudst bewaarde kopie (het Papyrus 46) komt uit circa 200. Dat is uniek. Bij mijn weten zijn er verder geen geschriften uit de klassieke oudheid waarvan we kopieën bezitten die zo dicht liggen bij de datering van het oorspronkelijke manuscript.

Het is duidelijk dat Paulus zijn bericht over de opstanding zelf helemaal niet als fictie bedoelde. Hij schrijft in 55 over de boodschap die hij een aantal jaren eerder had gebracht in Korinthe. Het belangrijkste dat hij heeft doorgegeven aan hen, schrijft hij, is dat Christus is gestorven, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt. ‘En dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.’

Ander wereldbeeld
Ook de schrijvers van de vier Evangeliën brengen hun bericht over de opstanding van Jezus als non-fictie. De Evangeliën zijn van later datum dan de brief van Paulus. Het oudste evangelie, dat van Marcus, komt waarschijnlijk uit 70. Dus minder dan veertig jaar na de kruisiging. De andere Evangeliën volgen zo’n tien tot twintig jaar later. Het oudste fragment dat wij hebben van de Evangeliën komt uit ongeveer 150. Het bericht van de opstanding is dus de best gedocumenteerde non-fictie uit de klassieke oudheid. Maar dat wil nog niet zeggen dat wij net als de schrijvers van deze berichten zouden moeten geloven dat de opstanding echt heeft plaatsgevonden.

Hoe zou het komen dat Joodse mensen in de eerste decennia van de eerste eeuw zijn gaan geloven dat Jezus van dood weer levend werd? Je kunt niet zeggen dat zij nu eenmaal gemakkelijker geloofden in dat soort verhalen. In de eerste plaats is het niet zo dat Joden toen allemaal in de mogelijkheid van opstanding geloofden. In de tweede plaats waren Joden die er wel in geloofden van mening dat je zo’n opstanding niet moest verwachten van één individu. Zij kenden in hun traditie wel verhalen van individuele mensen die terugkwamen uit de dood. Zulke mensen bleven sterfelijk. Maar opstaan uit de dood en door de dood heen gaan en dus voorbij de sterfelijkheid uitkomen, dat was volgens hen alleen mogelijk aan het eind van de geschiedenis en voor een grote groep mensen tegelijk. Geen wonder dat er volgens de verhalen dan ook niemand was die het bericht van Jezus’ opstanding direct zomaar voor waar wilde aannemen.

Waarom zijn ze het toch gaan geloven? Misschien omdat ze een ander wereldbeeld hadden dan wij? Dat is wel een punt natuurlijk. Niet dat de mensen in de eerste eeuw zo naïef waren dat ze elk wonderverhaal geloofden. Ook voor hen was het ongehoord dat iemand van dood levend wordt. Een groot verschil tussen hen en ons is wel dat wij, westerse mensen, een wetenschappelijk wereldbeeld hebben. Wij weten dat de wetenschap laat zien dat mensen niet uit de dood kunnen opstaan. Ook al heeft het verhaal van de opstanding nog zulke goede papieren, onze wetenschappelijke bril maakt het zeer lastig om er geloof aan te hechten.

Nu komt het er wel op aan goed te onderscheiden wat het betekent dat opstanding wetenschappelijk gezien niet kan. In populair-wetenschappelijke columns wordt soms wel erg uitbundig geroepen dat wetenschappelijk is aangetoond dat wonderen niet kunnen gebeuren. Ieder die zijn wetenschapsfilosofische huiswerk heeft gedaan, weet echter dat wetenschap nooit absoluut uitsluit dat iets kan gebeuren. Wetenschap kan wel laten zien dat het onwaarschijnlijk is dat iets is gebeurd. Maar er gebeuren nu eenmaal dingen die wetenschappelijk gezien geheel onverwacht zijn en met de huidige wetenschappelijke stand van zaken onverklaarbaar zijn. Zulke dingen zijn een anomalie. Wetenschappelijk gezien is de opstanding van Jezus hoogst, hoogst onwaarschijnlijk. Maar absoluut uitgesloten kan het niet worden. Kijkend met onze wetenschappelijke bril ligt het dus niet voor de hand om in opstanding te geloven.

Toch zijn er westerse mensen die wel gaan geloven dat de opstanding gebeurd is. Het lukt hun blijkbaar langs de randen van hun wetenschappelijke bril heen te kijken. Misschien is dat ook weer niet zo gek als je bedenkt dat we dat wel vaker doen. Het gevoel van liefde, om een voorbeeld te noemen, kunnen we wetenschappelijk afdoende verklaren met behulp van chemische processen in onze hersenen. Toch vinden de meeste mensen dat geen volledige verklaring van liefde. Naar liefde kijken we niet alleen met een wetenschappelijke bril.

Missie
Mensen die zijn gaan geloven dat de opstanding waar gebeurd is, beroepen zich nogal eens op ervaringen van een soort ontmoeting met Jezus. Anderen hebben het over een ervaring van onverwacht overtuigd worden van de waarheid van het verhaal. ‘Je kunt zoiets niet van plan zijn, zoals je je van tevoren geen echte voorstelling kunt maken van degene op wie je verliefd zult worden’, zegt Willem Jan Otten. Het zijn ervaringen die ik zelf herken als gelovige, maar als je zulke ervaringen niet kent, zeggen ze je weinig. Voor westerse mensen is de opstanding van Jezus onwaarschijnlijk.

Toch lijkt het mij niet te weerspreken dat er in de jaren dertig van de eerste eeuw iets met Jezus gebeurd is. Iets onverwachts dat zijn afgehaakte, gedesillusioneerde leerlingen ertoe bracht om na zijn dood een Jezusbeweging te beginnen. Iets heeft hen van teleurgestelde afhakers veranderd in enthousiaste mensen met de missie verder te vertellen wat er met Jezus gebeurd is. Een missie die al binnen een paar decennia in het toenmalige Romeinse rijk succesvol blijkt te zijn.

Daarbij blijft het intrigerend dat die Joodse volgelingen in de eerste eeuw dingen zijn gaan geloven die ze eigenlijk niet zouden kunnen geloven. Die niet passen in hun denkkader en bij hun verwachtingen.
Verder gingen de leerlingen ook vertellen dat Jezus, die stierf aan het kruis, de ‘Messias’ was, de speciaal door God gezondene. Het is erg vreemd voor Joodse gelovigen in die tijd om te denken dat een mislukkeling die aan een kruis dood gaat, de door God gezondene is. Als voor hen één ding duidelijk was, dan was het wel dat iemand die aan een kruis eindigt niet de Messias kan zijn. En het blijft niet bij de bewering dat Jezus de ‘Messias’ zou zijn. De Joodse leerlingen gaan uitspraken doen die suggereren dat je in Jezus God zelf tegenkomt, dat hij op een of andere manier God zou zijn. Dat is voor Joodse mensen helemaal ondenkbaar. Tenzij er met Jezus misschien iets is gebeurd dat hun manier van denken ingrijpend heeft gewijzigd.

De opstanding zou een goede verklaring vormen voor het vreemde geloof van de Joodse volgelingen van Jezus.

Arjan Markus is godsdienstfilosoof.